Words of module 7: The weather and what to wear · Word review

Module 7Word reviewPremium

Words of module 7: The weather and what to wear

Reviews practise both sides: wherever Lukas and Lena would say something differently, you do it once as each.

In this module you learned to

  • say what the weather is like and say what I must or needn't take
  • understand a forecast, compare the weather here and at home, and talk about the seasons
  • ask for a size and colour, try things on, and pay by card
  • say what I can and can't do, and understand simple rules
  • say why something is so, and give and accept a compliment

From this module's scenes

  • paraplu

    umbrella

    Learn de paraplu with its article.

    O. Neem dan een paraplu mee.Oh. Then take an umbrella.

    De kat en de regen
  • weer

    weather

    Naar mijn werk. Kijk, wat mooi weer! Zon, vijfentwintig graden.To work. Look what lovely weather! Sun, twenty-five degrees.

    Naar mijn werk. Kijk, wat mooi weer! Zon, vijfentwintig graden.To work. Look what lovely weather! Sun, twenty-five degrees.

    De kat en de regen
  • zon

    sun

    Morgen hebt u hem niet nodig. Morgen schijnt de zon.Tomorrow you don't need it. Tomorrow it's sunny.

    De kat en de regen
  • graad

    degree

    Naar mijn werk. Kijk, wat mooi weer! Zon, vijfentwintig graden.To work. Look what lovely weather! Sun, twenty-five degrees.

    Naar mijn werk. Kijk, wat mooi weer! Zon, vijfentwintig graden.To work. Look what lovely weather! Sun, twenty-five degrees.

    De kat en de regen
  • moeten

    must

    Vandaag moet u een paraplu meenemen.Today you must take an umbrella.

    De kat en de regen
  • meenemen

    take (with you)

    Vandaag moet u een paraplu meenemen.Today you must take an umbrella.

    De kat en de regen
  • wolk

    cloud

    Een paraplu? Maar er zijn geen wolken! En geen wind.An umbrella? But there are no clouds! And no wind.

    Een paraplu? Maar er zijn geen wolken! En geen wind.An umbrella? But there are no clouds! And no wind.

    De kat en de regen
  • wind

    wind

    Een paraplu? Maar er zijn geen wolken! En geen wind.An umbrella? But there are no clouds! And no wind.

    Een paraplu? Maar er zijn geen wolken! En geen wind.An umbrella? But there are no clouds! And no wind.

    De kat en de regen
  • buiten

    outside

    Max wil vandaag niet naar buiten. Dat betekent regen.Max doesn't want to go outside today. That means rain.

    De kat en de regen
  • regen

    rain

    Max wil vandaag niet naar buiten. Dat betekent regen.Max doesn't want to go outside today. That means rain.

    De kat en de regen
  • weerbericht

    forecast

    De kat is een weerbericht?The cat is a weather forecast?

    De kat is een weerbericht?The cat is a weather forecast?

    De kat en de regen
  • juist

    right (correct)

    De kat en de regen
  • handdoek

    towel

    Learn de handdoek with its article.

    Dat weet ik. Hier is een handdoek.I know. Here's a towel.

    De kat en de regen
  • volgend

    next (next week)

    Nee. Waarom volgende week?No. Why next week?

    Nee. Waarom volgende week?No. Why next week?

    Vier tassen
  • stadsfeest

    festival

    Learn het stadsfeest with its article.

    Volgende zaterdag is het stadsfeest. Ik plan alles vooraf.Because next Saturday is the town festival. I plan everything in advance.

    Vier tassen
  • koud

    cold

    Koud. Januari is de koudste maand. Soms min tien.Cold. January is the coldest month. Sometimes minus ten.

    Vier tassen
  • winter

    winter

    En hoe is de winter hier?And what's winter like here?

    En hoe is de winter hier?And what's winter like here?

    Vier tassen
  • min

    minus

    Min tien! In Hamburg is de winter veel warmer.Minus ten! In Hamburg winter is much warmer.

    Min tien! In Hamburg is de winter veel warmer.Minus ten! In Hamburg winter is much warmer.

    Vier tassen
  • warm

    warm

    Min tien! In Hamburg is de winter veel warmer.Minus ten! In Hamburg winter is much warmer.

    Min tien! In Hamburg is de winter veel warmer.Minus ten! In Hamburg winter is much warmer.

    Vier tassen
  • favoriet

    favourite

    En wat is uw favoriete seizoen?And what's your favourite season?

    Vier tassen
  • zomer

    summer

    De zomer. In de zomer zijn de dagen lang en kun je zwemmen.Summer. In summer the days are long and you can swim.

    De zomer. In de zomer zijn de dagen lang en kun je zwemmen.Summer. In summer the days are long and you can swim.

    Vier tassen
  • zwemmen

    swim

    De zomer. In de zomer zijn de dagen lang en kun je zwemmen.Summer. In summer the days are long and you can swim.

    De zomer. In de zomer zijn de dagen lang en kun je zwemmen.Summer. In summer the days are long and you can swim.

    Vier tassen
  • zee

    sea

    Learn de zee with its article.

    In de zomer gaat iedereen naar zee. Maar de zee is kouder dan het meer.In summer everyone goes to the sea. But the sea is colder than the lake.

    Vier tassen
  • sneeuw

    snow

    Sneeuw? In mei?Snow? In May?

    Sneeuw? In mei?Snow? In May?

    Vier tassen
  • overhemdneut.

    shirt

    Learn het shirt with its article.

    Heb je het koud? Je draagt alleen een overhemd!Are you cold? You're only in a shirt!

    De gele jas
  • kleren

    clothes

    Mijn warme kleren zijn nog in Hamburg.My warm clothes are still in Hamburg.

    Mijn warme kleren zijn nog in Hamburg.My warm clothes are still in Hamburg.

    De gele jas
  • goedkoop

    cheap

    Dan gaan we naar een winkel. Ik ken een goede winkel. En een goedkope.Then let's go to a shop. I know a good shop. And a cheap one.

    De gele jas
  • verdieping

    floor (storey)

    Learn de verdieping with its article.

    'Kleding: tweede verdieping.''Clothes: second floor.'

    'Kleding: tweede verdieping.''Clothes: second floor.'

    De gele jas
  • maat

    size

    Learn de maat with its article.

    Wat is uw maat?What's your size?

    De gele jas
  • denken

    think (have an opinion)

    L. Groter dan je denkt.L. Bigger than you think.

    De gele jas
  • passen

    try on

    Mag ik deze passen?Can I try this one on?

    Mag ik deze passen?Can I try this one on?

    De gele jas
  • spiegel

    mirror

    Learn de spiegel with its article.

    Natuurlijk. Daar, bij de spiegel.Of course. Over there, by the mirror.

    De gele jas
  • staan

    suit (it suits you)

    Dat geeft niet. Hij is warm en hij staat je goed.Never mind. It's warm, and it suits you.

    De gele jas
  • laatste

    last (final: the last page)

    Het is de laatste. En de warmste van allemaal.It's the last one. And the warmest of all.

    De gele jas
  • honderd

    hundred

    De gele jas
  • pinpas

    card (bank card)

    Learn de pinpas with its article.

    Duur... Maar warm. Mag ik met de pinpas betalen?Expensive... But warm. Can I pay by card?

    Duur... Maar warm. Mag ik met de pinpas betalen?Expensive... But warm. Can I pay by card?

    De gele jas
  • hoed

    hat

    Learn de hoed with its article.

    De gele jas
  • schoenen

    shoes

    Hebt u nog iets nodig? Een muts? Schoenen?Do you need anything else? A hat? Shoes?

    De gele jas
  • helper

    helper

    Learn de helper with its article.

    Kom binnen! Volgende zaterdag is het stadsfeest en we hebben helpers nodig.Come in! Next Saturday is the town festival, and the festival needs helpers.

    Wie kan helpen?
  • kunnen

    can (know how to: can you swim?)

    Kunt u koken?Can you cook?

    Wie kan helpen?
  • zingen

    sing

    En zingen?And sing?

    Wie kan helpen?
  • dansen

    dance

    En dansen? Kun je dansen?And dance? Can you dance?

    Wie kan helpen?
  • na

    after

    En op zaterdag na middernacht?And on Saturday after midnight?

    Wie kan helpen?
  • behalve

    except

    'Geen trompet na tweeëntwintig uur. Behalve op zaterdag.' Wat is dit?'No trumpet after 22:00. Except Saturday.' What's this?

    Wie kan helpen?
  • concert

    concert

    Learn het concert with its article.

    Nu de taken. Sanne: taarten. Joost: het concert. Emma zingt met de kinderen.Now the jobs. Sanne: cakes. Joost: the concert. Emma sings with the children.

    Wie kan helpen?
  • kraam

    stall (at a market or festival)

    Learn de kraam with its article.

    En u: de kraam van het café. En Max.And you: the café stall. And Max.

    Wie kan helpen?
  • oppassen op

    look after

    Iemand moet op hem passen. Hij houdt heel veel van het podium.Somebody has to look after him. He really likes the stage.

    Wie kan helpen?
  • podiumneut.

    stage

    Learn het podium with its article.

    Iemand moet op hem passen. Hij houdt heel veel van het podium.Somebody has to look after him. He really likes the stage.

    Wie kan helpen?
  • vorig jaar

    last year

    Learn vorig jaar as a time phrase, without an article.

    Wie kan helpen?
  • trommel

    drum

    Learn de trommel with its article.

    Vorig jaar sliep hij op de trommel!Last year he slept on the drum!

    Wie kan helpen?
  • goed voor je

    useful, good for you

    Wie kan helpen?
  • nat

    wet

    U bent weer nat!You're wet again!

    De oude regenjas
  • storm

    storm

    Buiten is er storm. Mijn kleren zijn nat, mijn schoenen ook.There's a storm outside. My clothes are wet, my shoes too.

    Buiten is er storm. Mijn kleren zijn nat, mijn schoenen ook.There's a storm outside. My clothes are wet, my shoes too.

    De oude regenjas
  • regenjas

    raincoat

    Learn de regenjas with its article.

    Mijn oude regenjas. Trek hem aan.My old raincoat. Put it on.

    De oude regenjas
  • aantrekken

    put on

    De oude regenjas
  • droog

    dry

    Hij is droog! En heel warm.It's dry! And very warm.

    Hij is droog! En heel warm.It's dry! And very warm.

    De oude regenjas
  • zak

    pocket

    Learn de zak with its article.

    Wat zit er in de zak? Een sleutel. Oud en zwaar.What's this in the pocket? A key. Old and heavy.

    Wat zit er in de zak? Een sleutel. Oud en zwaar.What's this in the pocket? A key. Old and heavy.

    De oude regenjas
  • zolder

    attic

    Learn de zolder with its article.

    En wat is er op zolder?And what's in the attic?

    En wat is er op zolder?And what's in the attic?

    De oude regenjas
  • houden

    keep

    Houd hem maar.Keep it.

    De oude regenjas
  • ding

    thing

    Oude dingen. Veel oude dingen.Old things. Lots of old things.

    De oude regenjas
  • repetitie

    rehearsal

    Learn de repetitie with its article.

    Maar morgen is er een repetitie...But tomorrow there's a rehearsal...

    Maar morgen is er een repetitie...But tomorrow there's a rehearsal...

    De oude regenjas
  • liggen

    lie (in bed)

    De oude regenjas
  • brengen

    bring

    En nu breng ik u thee.And now I'll bring you some tea.

    De oude regenjas

Additional words

MeetRecogniseRecall

Number 7 · The illustrated A1 course
LernLaterne Premium

Get the whole course.

Practise every module, read bonus stories with the people of Number 7 and print worksheets.

Included in Premium

  • 9 extra course stories with familiar characters
  • 108 practice units · 730 interactive activities
  • 162 course worksheets, plus answer sheets
  • Full access to all 103 German stories and 37 dialogs
  • Audio, word lookup, exercises and downloadable PDFs
FREE

Start with a little curiosity.

0
  • 4 complete stories or dialogs for free
  • 4 complete grammar units for free
  • Favorites
EDU

Bring your whole classroom along.

8/mo
  • Everything in SOLO, ready for your classroom
  • 50 student accounts included, expandable in steps of 50
  • Education portal with classes, invite links and results
See how EDU works
Choose

96/year