Word sets
Here and there
Here and there
hierhereJij hebt mijn sleutel!
daarthereWie woont waar?
benedendownstairsJij hebt mijn sleutel!
bovenupstairsGoedenacht
binneninside
buitenoutsideDe kat en de regen
uitfromHet formulier
voorfor
metwithVandaag bestel ik
zonderwithoutTafel drie
overaboutMijn buur
naafterWie kan helpen?
voorbeforeOordopjes
sindssinceRegels voor Max
behalveexceptWie kan helpen?
ininJij hebt mijn sleutel!
oponDe gele bank
onderunderDe gele bank
naastnext toAnna belt
achterbehindEen kat op kantoor
voorin front ofEen kat op kantoor
tegenoveroppositeEmma’s kaart
tussenbetweenEmma’s kaart
terugback (come back)Een kat op kantoor